3: Onderzoek

Nadat ik in 2005 mijn meesterstitel behaalde op een scriptie waarin ik de toepassing van open source concepten op juridische kennissystemen bij de overheid onderzocht, promoveerde ik in 2013 aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen, op een onderzoek naar de invloed van het open source en open standaarden beleid op de Nederlandse aanbestedingspraktijk. Als eerste in Nederland bracht ik mijn complete juridische proefschrift uit onder een Creative Commons licentie.  Het proefschrift is hier gratis te downloaden. Tijdens het door mij georganiseerde Open iOverheid congres in 2013 zijn er ruim 250 fysieke exemplaren uitgereikt aan de bezoekers, en ook nadien is er nog steeds warme belangstelling voor het onderzochte onderwerp. Gedurende de periode april 2015- oktober 2017 werd de dissertatie meer dan 500 keer gedownload.

Na het bemachtigen van de doctorstitel deed ik onder meer onderzoek naar Webarchivering door provincies (2014) en door gemeenten (2016).

In 2015, 2016 en 2017  was ik als onderzoeker van ICT aanbestedingen betrokken bij de Monitor open standaardenbeleid.

In 2016 en 2017 voerde ik als leider van het Nederlandse onderzoeksteam een Europees onderzoek uit naar pluriformiteit van de media.

In 2018 heb ik onderzoek gedaan naar de gevolgen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor de archiefsector.

Mijn volledige publicatielijst is hier te vinden.


 

Stellingen, behorend bij het proefschrift Barrières en Doorwerking

1.      De keuze om open ICT te verwerven wordt primair beïnvloed door de hoogte van de veronderstelde barrières, en niet door de (financiële) voordelen die het gevolg zijn van het gebruik van open ICT.
(dit proefschrift)

2.       Een beleidsuitspraak kan alleen doorwerken indien de doelgroep weet dat die beleidsuitspraak bestaat. (dit proefschrift)

3.      Bij inkopers wekt de naam “open source software” een negatieve associatie op. Het is beter te spreken van leveranciersonafhankelijke software of van software geleverd onder ruime licentievoorwaarden. (dit proefschrift, paragraaf 7.7.4)

4.      Open standaarden en open source hebben met elkaar gemeen dat ze beide kunnen bijdragen aan een vermindering van de potentiële inefficiëntie van de overheid als gevolg van pad-afhankelijkheid en lock-in. (dit proefschrift, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 7)

5.      Om in 2015 te bereiken dat elektronisch verkeer tussen overheid en burger alleen nog plaats vindt op basis van open standaarden, dient de Algemene wet bestuursrecht aangepast te worden.
(dit proefschrift, paragraaf 7.2)

6.      Door interoperabiliteit te bevorderen, en meer gebruik te maken van open standaarden, zal de overheid minder afhankelijk kunnen worden van leveranciers. In sommige gevallen is er echter eerst meer leveranciersonafhankelijkheid nodig om het gebruik van open standaarden bij onwelwillende leveranciers af te kunnen dwingen. Het is gelet op deze Catch-22 belangrijk om beide doelstellingen gelijktijdig na te streven en niet alleen aandacht te hebben voor interoperabiliteit. (dit proefschrift, paragraaf 6.12.3)

7.      Uit de naam “Instructie rijksdienst inzake aanschaf van ICT-diensten en ICT-producten”  komt onvoldoende naar voren dat het daarbij gaat om een beleidsregel die invloed kan hebben op de rechten en plichten van burgers. (dit proefschrift, paragraaf 6.4)

8.      Het in een aanbesteding vragen om open standaarden is een voor interoperabiliteit benodigde open-einde-aanpak. Het vragen om specifieke open standaarden is daarentegen een voor harmonisatie benodigde ketenaanpak. (dit proefschrift, paragraaf 6.7)

9.      Wanneer er door het bestuur van provincies, waterschappen en gemeenten geen politieke keuzes worden gemaakt op het gebied van ICT, omdat zij ICT uitsluitend beschouwen als een apolitiek onderdeel van de bedrijfsvoering, dan is er geen reden waarom de inkoop van ICT niet gecentraliseerd zou kunnen worden bij de Rijksoverheid.

10.  Het nauwkeurig onderzoeken van de inhoud van een stelling is voor veel winkelpersoneel een kwelling.

Daarnaast is er ten behoeve van verder onderzoek een hypothese in het boek (p.196) opgenomen:

‘Open ICT beleid zal alleen effectief kunnen zijn indien de doorwerkingsdrempel wordt genomen, iedere dimensie in evenwicht is gebracht, en er vervolgens in tenminste een dimensie sprake is van een aanvullende kracht waardoor de balans wordt verschoven ten gunste van een superieur alternatief. ‘